Zoeken in deze blog

donderdag 5 maart 2020

de huisvriend


ik droomde
dat hij naast me zat
strak, tussen familie in
de doden en de levenden

hij legde zijn hand op
mijn getrouwde knie
mijn moeder brandde
er een gat in met haar ogen

wenkbrauwen lieten los
zwevend als één baken
in de zee boven ons hoofd

ik hoorde het kraken
van draaiende nekken
het strekken van
vallende kaken

en mijn hand
-gezwind op de zijne-
sloeg alles

alles in de wind